Tweedimensionaal vormen en grafiek

Tweedimensionaal vormen en grafiek 2024-2025André Verzijlbergh

Docent: André Verzijlbergh
Tijd: Woensdagmiddag van 13:30 tot 15:30 uur
Doelgroep: Beginners en gevorderden

Klik hier voor foto’s van het werk van deze groep

 

 We beginnen dit jaar weer aan de basis van dit schone vak.  In de maanden september t/m december besteden we aandacht aan het tekenen met verschillende  materialen: potlood,  kleurpotlood, houtskool, Siberisch krijt, conté,  pastel en verschillende inktsoorten. Sommige materialen liggen voor de hand en sommige zijn nieuw. Een hernieuwde kennismaking met de gangbare materialen kan wel eens verassingen opleveren door gebruik te maken van een verschillende werkwijze , de mogelijkheden zijn zeer uitgebreid. Er geldt echter een gulden regel in dit vakgebied : “Bijna alles is mogelijk, mits je het materiaal maar geen geweld aan doet” citaat van een van mijn docenten.  Het tweede deel van het seizoen gaan we met grafiek aan de gang. Vorig jaar hebben we lino’s, monotype met gelplaten, zwarte kunstprenten en gravures in perspex gemaakt, de een voelt zich bij sommige technieken beter thuis dan de ander, het aanbod is breed.

Ik probeer nog een methode te vinden om grafiek te maken zonder agressieve zuren, dat vergt nogal wat tijd , maar er is hoop, vorig seizoen hebben we geëxperimenteerd met Cola, maar dat ging niet zo lekker, alternatieven genoeg denk ik , we gaan op zoek. Een totale opdracht voor het hele seizoen , namelijk film, viel bij sommigen in de smaak en bij anderen liep het wat stroever, maar de dingen die gemaakt zijn waren zeer bijzonder. Over het algemeen ligt de kwaliteit van Studio 76 behoorlijk hoog.

Dit seizoen een aanpak als voorheen, per maand een onderwerp met bijbehorend visueel materiaal en een passende techniek.

September: De stille wereld van Malte Sartorius.

Kleine voetbalpoppetjes van een gesloopt voetbalspel, speelpoppen heel veel speelpoppen in allerlei houdingen op een stoel, in de hoek of in een doos. Breiwol los neergelegd of nog in een krat, riemen kriskras door elkaar en schoenen nonchalant neergelegd op een tafel. De verfijnde potloodtekeningen van Malte Sartorius  (1933-2017) gaan over alledaagse dingen, getekend in een potloodtechniek met  subtiele grijstonen die ontstaan door : “Greinen”  een tekenmethode waarbij met kleine bewegingen van de hand een rijk scala aan grijstonen wordt bereikt. Met verschillende hardheden kunnen hele lichte maar ook hele donkere partijen worden opgezet, de tekening ontstaat door de lagen over elkaar heen te brengen zodanig dat de structuur van het papier zichtbaar blijft en niet met een doezelaar of de vingers in het papier gewreven wordt.

Materiaal: Papier 50x 32,5 cm, potlood, B t/m 6B.

 

Oktober: Hokusai’s  prenten van de berg Fuji.

De berg Fuji is met zijn 3778m de hoogste berg van Japan, deze actieve vulkaan (laatste uitbarsting in 1716) ligt op een afstand van 112 km van de hoofdstad Tokyo. In de Japanse prehistorie werd de berg nauwelijks opgemerkt totdat stammen uit het noordoosten optrokken naar het zuiden en hun verbazing overdroegen op de bevolking aldaar. De berg heeft een enorme betekenis gehad voor de ontwikkeling van de Japanse cultuur, zowel in kunsthistorisch als religieus opzicht. De Japanse tekenaar en graficus Katsushika  Hokusai (1760-1849) heeft een honderdtal prenten gemaakt van de berg in relatie tot het Japanse dagelijks leven, de cultuur en de poëzie. Hokusai’s  prenten zijn uniek en hebben de berg tot een nationaal symbool van Japan gemaakt.

Materiaal: Papier 32,5×25 cm, pen Oostindische inkt.

 

November: De portretten van David Hockney.

Een van de belangrijkste nog levende Britse Popartkunstenaars, David Hockney (1937-) heeft in de loop der jaren alle middelen gebruikt om zijn visie op de wereld beeldend weer te geven, van verf, kleurpotlood, instant en digitale camera’s  tot satellietbeelden.  De intieme portretten van zijn vrienden en kennissen gemaakt in kleurpotlood hebben het gebruik van dit medium weer op de kaart gezet.

Materiaal:  Papier 32,5x 25 cm, kleurpotlood.

 

December: Fractalen.

Aan het eind van de 20e eeuw ontdekte de Franse wiskundige Benoit Mandelbrot  (1924-2010)  om de zogenaamde Mandelbrotverzamelingen grafisch weer te geven op zijn computer. Een Mandelbrotverzameling bestaat uit vormen die gelijkvormig zijn en tot in het oneindige te verkleinen en door te voeren. Het woord fractaal is afgeleid van het Latijnse woord :”Fractus” (is: gebroken). Gelijkvormigheid komt ook veelvuldig voor in de natuur, denk maar aan de kristallijne opbouw van sneeuwvlokken en mineralen. Fractalen worden gebruikt bij digitale weergaven van kustlijnen, computerspellen en klimatologische metingen. Een bekende fractaal uit onze jeugd: het cacaodoosje van Droste. De dame die er op afgebeeld is wordt steeds kleiner herhaald.

Materiaal : Papier 32,5×25 cm, pen en Oostindische inkt, fineliners.

 

Januari: De houtsneden van Samuel Jessurun de Mesquita.

Deze Nederlandse graficus (1868-1944) werd bekend door zijn zogenaamde sensitivistische stijl met een vaak bizarre en karikaturale weergave van mens en dier. Sensitivisme is in de literatuur een extreme vorm van impressionisme, een emotionele invulling van het moment, soms wordt het zo persoonlijk dat het voor de lezer niet meer te begrijpen valt. In het werk van de Mesquita komt de grote belangstelling voor licht en beweging naar voren. Hij is ook bekend als de leraar van de graficus Escher (1898-1972). Op 11 februari werd hij vervoerd naar Auschwitz en direct bij aankomst door de Nazi’s vermoord.

Materiaal: Vetkrijt, Walton lino, linogutsen, papier en drukinkt.

  

Februari: Samuel Jessurun de Mesquita 2.

In januari ben ik een maand uit de roulatie in verband met een grote reis die al jaren in de planning zat, eens moet het er van komen nu het nog kan. De linotechniek is bij jullie bekend, in de vorige seizoenen hebben we veel prenten gemaakt. In twee maanden hebben we ruim de tijd om wat grotere werkstukken te maken dacht ik zo. Ik zorg voor een vervanger(ster) en geef een uitgebreid verslag van de werkzaamheden.

 

Maart: Pastelportretten uit de 18e eeuw.

Vorig seizoen hebben we al kennis gemaakt met dit medium, nu gaan we een stapje verder. Het maken van een gelijkend portret vergt nogal wat moeite, daarom gaan we eerst wat “bouwtekeningen” maken van het hoofd. Kennis van beenderen en spieren en de ruimtelijke weergave daarvan is een belangrijke basis voor het beeldend weergeven van dit onderdeel.

 

April: Plaatlithografie en collografie.

In een vorig seizoen hebben we geprobeerd om een plaatlitho te maken op aluminium, dat ging helaas de mist in. “Wie zoekt zal vinden” zegt het spreekwoord en ik denk dat ik nu een methode gevonden heb om betere resultaten te krijgen. We gaan het zien.

Materiaal: Aluminium, plaat of folie, triplex,  schuurpapier, lithografisch krijt, Arabische gom, talkpoeder, zonnebloemolie, verdund zuur of cola,  aluin,  papier en drukinkt.

 

Mei en juni: Gemengde technieken.

Door de jaren heen hebben we kunnen experimenteren met verschillende materialen en technieken, hier volgt een opsomming: Tekenen met verschillende droge en vloeibare materialen, collages, materiaaldruk, monotype met gelplaten en gombatik.  Hoogdruk: waaronder de lino- en houtsnede.  Diepdruk: de droge naald, zwarte kunst prent, gravure in perspex. Vlakdruk: plaatlitho op metaal of triplex. Een combinatie van deze verschillende werkwijzen zijn natuurlijk altijd mogelijk en het geeft je een ruime keuze om er achter te komen welke mediums het beste bij je passen.

Materialen:

  • Houtskool: is een zacht tekenmateriaal gemaakt van takjes die in een vacuümoven tot verkoling worden gebracht. Het geeft een grijze tot diepzwarte kleur. Met een veer of kneedgum kan het materiaal uitgeveegd worden. De tekeningen moeten gefixeerd worden met spuitfixeer of haarlak.
  • Siberisch krijt: koolstof met een bindmiddel verkrijgbaar in verschillende hardheden. Het is zwarter dan houtskool en ook minder makkelijk te verwijderen. Moet ook gefixeerd worden.
  • Conté: een krijtsoort in verschillende kleuren, grijstinten, roodbruin en omber. Verkrijgbaar in vierkante stiftten of in een potloodvorm.
  • Kneedgum: een kneedbaar kunststof gum om houtskool of krijtsoorten te verwijderen en de tekening op te lichten.
  • Pastelkrijt: pigmentpoeder met als bindmiddel Arabische gom een zeer delicaat materiaal . Het vergt enige tijd om het materiaal onder de knie te krijgen. In de 18e eeuw stond de pasteltekenkunst op een hoogtepunt, vooral in het vervaardigen van portretten.
  • Pastelpotloden: het materiaal is hetzelfde, de stiften zijn in hout gevat en zijn iets harder dan de krijtjes. Veel gebruikt voor het tekenen van details.
  • Doezelaar: een cilindervormige staaf van opgerold papier, hier mee kan het krijt door elkaar worden geveegd om zachte kleurovergangen te maken, gebruikt bij het portrettekenen.
  • Fixeer: een oplossing van schellak in spiritus, tegenwoordig in verschillende samenstelling te verkrijgen in spuitbussen. Dit medium wordt gebruikt voor het fixeren van houtskool, krijt en pasteltekeningen. De pasteltekening verliest wel aan kracht als deze gefixeerd wordt.
  • Oliekrijt: anders dan pastel is oliekrijt een vettig materiaal dat niet gefixeerd hoeft te worden. De tekeningen kunnen behoorlijk pittig zijn. Het is verkrijgbaar in verschillende hardheden.
  • Inktsoorten:  het aanbod van inkten is groot, inkt op waterbasis en inkten op acrylbasis, deze lossen na droging niet meer op in water. Oostindische Inkt is de meest bekende soort. Voor het calligraferen kun je tegenwoordig ook inktblokken kopen van Chinese makelij. Voor het  afdrukken van grafisch werk gebruiken we drukinkten op olie- en waterbasis.
  • Arabische gom: een in water oplosbare lijmsoort  en bindmiddel dat al eeuwenlang gebruikt wordt. Verkrijgbaar in de hobbywinkel, maar ook zelf te maken met bijv. aardappelzetmeel.
  • Olieverf: pigmenten vermengd met lijnolie en was, wordt gebruikt sinds de Hoge Middeleeuwen. Het is nog steeds erg populair, maar het vergt nogal enige oefening om het naar behoren te gebruiken.
  • Acrylverf: temperaverf van de 20e eeuw. Tempera werd gemaakt met pigment en eierdooiers. Na droging was het niet meer oplosbaar in water. Voordat olieverf werd ontdekt gebruikten, met name de Italianen, Botticelli o.a., veel tempera. Tegenwoordig is het bindmiddel een kunststof op acrylaatbasis.
  • Gelly-plate: gelatineblaadjes of poeder, glycerine,  kokend water en alcohol gebruik je om een plaat te vervaardigen  waarmee je een monotype kunt maken. Een monotype is een eenmalige afdruk met acryl of drukinkt. In plaats van een gelplaat kun je ook een glasplaat gebruiken.
  • Gutsen: beiteltjes om lino- en of houtsneden te maken.
  • Verschillende materialen: bij het vervaardigen van een collografie plak je verschillende materialen op een ondergrond: schuurpapier, touw, plakband, textiel en andere materialen met een grove structuur.
  • Aluminiumfolie: voor het vervaardigen van een collografie en litho.
  • Burijn: een vierkant stukje gehard staal met een speciaal handvat en een snijhoek van ongeveer 30 graden. Dit wordt gebruikt om in metalen te graveren. Als de snijhoek wordt aangepast is het ook uitstekend geschikt voor het graveren in kunststof.
  • Schraap- en bruneerstaal: een driehoekig  stuk staal met scherpe snijranden om metaal te schrapen. Een bruneerstaal is een hoogglans gepolijst stuk staal waarmee je metaal kunt polijsten.
  • Kwartscoat: muurverf vermengd met fijn zand, het heeft een korrelig oppervlak en is uitstekend geschikt om zwarte-kunstprenten te maken. De verf wordt uitgerold op een perspex plaatje en moet direct worden bewerkt met wat grove wasten of schrapers, zolang het nog nat is het makkelijk te hanteren, na droging kun je grof en fijn schuurpapier gebruiken. De afdruk geeft een wit/grijze voorstelling op een zwarte ondergrond.

Succes!

André